Finale draft BBT inkuiping vaste houders

Sinds 12 juli jongstleden is de finale draft van de BBT-studie voor inkuiping en vul- en loszones bij bovengrondse opslag van gevaarlijke of brandbare vloeistoffen (deel 1: vaste houders) beschikbaar. De opmaak van het deel voor de verplaatsbare recipiënten werd in de loop van 2019 opgestart en is gebaseerd op het eerste deel voor de vaste houders. Dit tweede deel is echter nog niet gefinaliseerd en zal in een later stadium volgen.

De BBT inkuiping is met name van toepassing voor bedrijven met grotere vaste opslagtanks voor brandbare vloeistoffen (minerale of plantaardige (ruwe) olieën, e.d.) en opslag van gevaarlijke vloeistoffen met name in de voedingsindustrie (voedingszuren, detergenten, additieven, etc.), veevoederbedrijven, brandstoffenhandel, bedrijven gelegen in (zee)havengebieden, afvalverwerkende bedrijven.   

De publicatie van deze BBT zal belangrijke gevolgen hebben voor een aantal sectorale voorwaarden van Vlarem II en daardoor op de milieuverplichtingen va bedrijven. Een indicatie van de impact wordt hieronder weergegeven.

Vul- en loszones

Volgens de huidige Vlarem-artikels aangaande de vul- en loszones moet de volledige standplaats van de tankwagen vloeistofdicht worden uitgevoerd. Echter gezien het feit dat het risico op lekken en spills het grootst is ter hoogte van de koppelingen en aansluitingen tussen leidingen en tussen de tankwagen of de vul- en lospunten en de aansluitingen. 

Hieruit volgt het voorstel om een vloeistofdichte zone van minimaal 8 m² te voorzien waarboven de pompen van de tankwagen en aansluitingen tussen de tankwagen en de leidingen naar de vul- en lospunten zich moeten bevinden; deze zone wordt duidelijk en onuitwisbaar gemarkeerd, behalve wanneer de volledige standplaats van de tankwagen vloeistofdicht is ingericht; de zone is voorzien van de nodige hellingen en eventueel opstaande randen, zodat alle gelekte vloeistoffen afvloeien naar een opvangsysteem.

Dimensionering inkuiping

Voor de inkuiping zelf worden in het kader van de herziening en vergelijking van diverse wetten, regelgevingen en richtlijnen diverse aanpassingen van het Vlarem voorgesteld. 

De inkuiping heeft een benodigde capaciteit voor de productopvang van alle mogelijke lekken van brandbare of gevaarlijke vloeistoffen en voor de opvang van blus- en koelwater, schuimlaag, hemelwater en indien van toepassing een extra marge voor onder meer windgolfslag en golfoverslag. Deze totale capaciteit zal bepaald worden aan de hand van een code van goede praktijk. 

Productopvang

In de BBT wordt voorgesteld om de algemene voorwaarde voor de benodigde capaciteit voor de opvang van de opgeslagen producten bij meerdere tanks in een inkuiping te versoepelen naar 100 % van de grootste houder. Let wel deze versoepeling geldt voor de algemene voorwaarde. De sectorale voorwaarden voor specifieke ingedeelde inrichtingen zijn strenger en blijven behouden. Zo is de benodigde capaciteit voor inrichtingen gelegen binnen een waterwingebied of voor gevaarlijke vloeistoffen van groep 1 (ontvlambare vloeistoffen van gevarencategorie 1, 2 of 3 met een vlampunt lager dan 55 °C)  in lokalen of kelders bepaald op 100 % van alle tanks. Daarnaast worden nog er nog een aantal wijzigingen voorgesteld van de sectorale voorwaarden voor een aantal specifieke inrichtingen en overige opslag van gevaarlijke stoffen. 

Blus-en koelwateropvang

De capaciteit die bijkomend moet worden voorzien voor de blus- en koelwateropvang zal worden berekend op basis van een code van goede praktijk. Voor een schuimlaag wordt voor de brandbare en ontvlambare vloeistoffen voorgesteld om uit te gaan van een forfaitaire hoogte van 10 cm. 

Hemelwateropvang

Voor de hemelwateropvang zal voor nieuwe installaties voorgesteld worden om extra capaciteit te voorzien voor inkuipingen waarin hemelwater terecht kan komen. Deze extra capaciteit kan gebaseerd worden op een forfaitaire hoogte van 10 cm of op een berekening op maat. 

Extra marge 

Voor nieuwe installaties wordt tevens voorgesteld om in de sectorale voorwaarde toe te voegen dat er extra capaciteit moet worden voorzien voor golfslag ten gevolge van inwerking van wind en ter preventie van golfoverslag bij het plots vrijkomen van de vloeistofmassa door faling van een tank. Voor de inwerking van wind kan een forfaitaire hoogte van 15 cm of een berekening op maat voorzien worden. Voor het vermijden van golfoverslag zullen bedrijven voor  tankenparken met verhoogd risico (opslag van gevaarlijke vloeistoffen van groep 1, ontploffingsgevaarlijke vloeistoffen (GHS01) of acuut toxische vloeistoffen van gevarencategorie 1 en 2) een studie moeten laten uitvoeren om aan te tonen dat de risico's op golfoverslag voldoende zijn beheerst. 

Eigenschappen inkuiping

Beperking hoogte

Wanneer er in de blusstrategie van tanks met brandbare of ontvlambare producten mobiele blussing is voorzien, is de maximale hoogte van de inkuipingswand ten opzichte van het maaiveld 3 m.

Indien nodig kan deze hoogte  in overleg met de plaatselijke brandweer opgetrokken worden. De nodige middelen en ruimte moeten namelijk ter beschikking zijn voor het blussen van een brand in een hogere inkuiping. 

Sterkte inkuiping

In de BBT wordt een aanpassing aan de Vlarem-voorwaarde met betrekking tot de sterkte van de inkuiping voorgesteld, waarbij er rekening gehouden moet worden met de hydrostatische druk van de stilstaande vloeistofmassa als ook tegen de hydrodynamische druk die kan ontstaan bij het plots vrijkomen van de vloeistofmassa.  

Brandweerstand

De inkuiping voor de opslag van brandbare vloeistoffen met en vlampunt lager dan 100 °C moet uit en niet-brandbare constructie bestaan. In functie van een maximaal brandscenario wordt de vereiste brandweerstand van de gehele inkuiping, inclusief de doorvoeringen en voegen, bepaald aan de hand van een code van goede praktijk. 

Overige bepalingen

Afwijkingsmogelijkheden en definities

Een aantal voorwaarden zijn dus verstrengd en een aantal versoepeld. De BBT-voorstellen voor de aanpassingen van  Vlarem II laten echter vaker toe om middels de omgevingsvergunning af te wijken van de voorwaarden? Zo kan er van de inkuipingsvoorwaarden worden afgeweken alsook van de inrichting voor de vul- en loszones. Hiertoe dienen de risico's van de afwijking in kaart te worden gebracht, geëvalueerd en afgetoetst of dat deze voldoende en aantoonbaar kunnen worden beheerst. Hiervoor kan beroep worden gedaan op een erkend deskundige of de brandweer.

Tot slot kunnen kan worden meegegeven dat men in de BBT aanbeveelt om de definities van inkuiping en beschikbare capaciteit van Vlarem II te wijzigen respectievelijk toe te voegen. 



DEEL DIT BERICHT:

Inschrijven